Als zelfstandige bouw je via het wettelijk pensioen vaak een pak minder op dan werknemers. Daarom is het verstandig om zelf initiatief te nemen en extra kapitaal opzij te zetten voor later. Gelukkig bestaan er intussen heel wat fiscaal interessante formules die speciaal voor zelfstandigen zijn uitgewerkt. We zetten de vijf belangrijkste opties op een rij.
1. Het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ)
Het VAPZ is voor de meeste zelfstandigen de eerste stap. Je stort jaarlijks een bedrag, dat je zelf kiest binnen bepaalde grenzen, en dit bedrag is volledig fiscaal aftrekbaar als beroepskost. Zo bouw je niet alleen een aanvullend pensioen op, maar verlaag je ook meteen je belastbaar inkomen en je sociale bijdragen. Er bestaat een gewoon en een sociaal VAPZ, waarbij het sociale pakket extra waarborgen biedt bij arbeidsongeschiktheid, maar wel iets duurder uitvalt.
2. De Pensioenovereenkomst voor Zelfstandigen (POZ)
Wie via een vennootschap werkt en al het maximum van het VAPZ benut, kan verder bouwen met een POZ. Dit is vergelijkbaar met een groepsverzekering voor bedrijfsleiders en laat toe om bovenop het VAPZ extra premies te storten die de vennootschap betaalt. Deze premies zijn aftrekbaar als beroepskost voor de vennootschap, binnen de grenzen van de zogenaamde 80%-regel. De POZ is dan ook vooral interessant voor zelfstandigen in bijberoep met vennootschap of voor wie al langer zelfstandig is en meer wil opbouwen dan het VAPZ toelaat.
3. Pensioensparen
Naast de specifieke formules voor zelfstandigen blijft klassiek pensioensparen een waardevolle aanvulling. Je stort jaarlijks een bedrag in een pensioenspaarfonds of -verzekering en geniet een belastingvermindering op je stortingen. Het is een eenvoudige en toegankelijke manier om stap voor stap kapitaal op te bouwen, bovenop wat je al via VAPZ of POZ spaart. Let wel op de twee keuzemogelijkheden qua percentage belastingvermindering versus maximaal spaarbedrag, en kies wat het beste bij jouw situatie past.
4. Langetermijnsparen
Minder bekend, maar zeker het overwegen waard, is langetermijnsparen via een tak21- of tak23-levensverzekering. Dit systeem staat los van pensioensparen en heeft een eigen fiscale korf. Vooral zelfstandigen die hun hypothecaire lening al hebben afbetaald, of die geen woonkrediet hebben lopen, kunnen hier fiscaal voordeel uit halen. De eindvervaldag ligt doorgaans rond 60 of 65 jaar, en ook hier geniet je een belastingvermindering op je jaarlijkse premie.
5. Beleggen in vastgoed of een beleggingsportefeuille
Tot slot kiezen veel zelfstandigen ervoor om zelf te beleggen, los van fiscale pensioenproducten. Vastgoed blijft in Vlaanderen een populaire keuze: een huurwoning of appartement levert maandelijkse inkomsten op en kan op termijn ook in waarde stijgen. Wie liever flexibel blijft, kan ook opteren voor een beleggingsportefeuille met aandelen, trackers of obligaties. Dit biedt geen onmiddellijk belastingvoordeel, maar wel meer vrijheid qua opname en spreiding van risico.
Welke combinatie past bij jou?
De meeste zelfstandigen combineren verschillende van deze opties. Een VAPZ is vaak de logische basis, aangevuld met pensioensparen of langetermijnsparen, en voor wie structureel meer kapitaal wil opbouwen, kan een POZ of eigen belegging een mooie aanvulling zijn. Laat je best adviseren door een financieel planner of verzekeringsmakelaar, zodat de combinatie optimaal aansluit op jouw inkomsten, je vennootschapsstructuur en je plannen voor later.
Foto: https://kaboompics.com/ via Pexels










